Het is haast onmogelijk om geen liefhebber te zijn van Gianluigi Buffon. De Italiaan is misschien wel de beste keeper van de afgelopen 25 jaar en is al vijftien jaar de onbetwiste nummer één van Italië. De sportman en gentleman ineen, heeft in zijn indrukwekkende loopbaan vrijwel elke belangrijke voetbalprijs weten te veroveren, waaronder de grootste van allemaal. Gianluigi Buffon, ‘Campione del mondo’.

Het begin der tijden

Als je goed genoeg bent, ben je oud genoeg. Het lijkt een simpel gegeven, maar deze ongeschreven regel geldt eigenlijk alleen voor de allergrootsten uit de voetbalgeschiedenis. Alleen de allerbeste sporters hebben zo'n grip op hun talent dat ze al op hun 17-jarige leeftijd prestaties kunnen leveren die het laten lijken alsof ze al jarenlang op het hoogste niveau actief zijn. Het was het geval bij de nog piepjonge Gianluigi Buffon. Op 19 november 1995 maakte hij zijn voor Parma, op dat moment nog een grote naam in de Italiaanse Serie A. Hij hield tijdens zijn debuut meteen de nul tegen AC Milan, ook een grote naam en vooral op dat moment. Hij debuteerde in oktober 1997 op negentienjarige leeftijd in de Italiaanse selectie en ging amper negen maanden later als mee naar het WK in Frankrijk, toen nog als derde doelman. Toen Buffon de leeftijd van 21 jaar had bereikt, had hij de Coppa Italia en UEFA Cup al op zijn naam staan, nog voordat hij naar Turijn vertrok. Vanaf het volgende eindtoernooi, tijdens het EK 2000, stond hij nooit meer ter discussie in het nationale elftal. De wedstrijden die hij sindsdien heeft gemist, zijn allen te wijten aan blessures. Inmiddels heeft hij 167 interlands op zijn naam staan, een absoluut record in de rijke geschiedenis van de ‘Azzuri’. De keeper uit Carrara was er ook bij in 2006. Koel en ijzersterk. Cruciaal voor de WK-winst van Italië.

Verre van perfect

Buffon heeft tevens een grote rol gespeeld buiten het voetbalveld. Hij is één van de weinige topsporters die psychische gezondheid aan het licht bracht. Toen hij vijfentwintig jaar was, kampte hij met een depressie. Hij maakte deze zware periode een paar jaar later publiekelijk, door te vertellen over de duistere kanten van zijn brein en de angst om daar open over te spreken. Normalisatie hiervan is belangrijk, vooral als één van de meest gerespecteerde voetballers zijn eigen problemen publiekelijk bespreekt. Buffon is ook verre van perfect. Als 21-jarige droeg hij in zijn tijd bij Parma eens een shirt met een neofascistisch logo en droeg hij rugnummer 88, een nummer met een eveneens neofascistische betekenis. Hij legde dat op latere leeftijd uit als jeugdige onwetendheid. Sinds dat moment is hij niet meer in herhaling gevallen. Deze spijtige incidenten dateren van zeventien jaar geleden. Ook helden gaan soms lelijk in de fout.

Prijzenlijst met een zwarte rand

Zijn imposante erelijst past uitstekend bij zijn indrukwekkende statistieken. Negen keer landskampioen, het WK in 2006 en nog een paar prijzen, zoals de UEFA Cup, driemaal de Coppa Italia en vijf keer de Supercoppa Italia. Hij stond ook in het doel tijdens de verloren EK-finale van 2012 en twee keer in de finale van de Champions League. Maar de loopbaan van ‘Gigi’ gaat niet alleen over rozen. Twee landstitels van Juventus zijn afgenomen vanwege de rol van de club in de zogeheten ‘Calciopoli’, het grootschalige corruptieschandaal dat de Serie A in 2006 in zijn greep hield. Buffon werd meerdere malen ondervraagd, om daarna onschuldig te worden verklaard door de Italiaanse bond. Juventus moest gedwongen degraderen naar het tweede niveau in de Italiaanse voetbalpiramide, de Serie B. Buffon bleef de voetbalclub uit Turijn trouw en hielp Juventus aan het winnen van de Serie B. Deze daad van loyaliteit maakte hem (zo mogelijk) nog populairder bij de achterban van Juventus.

Symbool van onsterfelijkheid

Het is 2016 en hij staat er nog steeds. Buffon breekt nog altijd records en wint nog altijd prijzen. Voor de jongere voetbal generatie is Buffon er altijd geweest. Als we terugdenken aan onze jeugd, via de tienerjaren tot de dag van vandaag: Buffon is als een rode voetbaldraad die door het grootste gedeelte van menig sportieve bewustzijn loopt. Banen, vriendinnen, vakanties, huizen, zijn allemaal gekomen en gegaan, ingeruild of weggedaan, maar Gianluigi Buffon is er altijd geweest. Het EK van 2016 in Frankrijk was zijn negende eindronde met de de Italiaanse selectie en hij zou zichzelf niet zijn als hij daar niet graag een rond aantal van zou willen maken: 10 stuks. Het moet gebeuren op het WK van 2018, precies 20 jaar na het WK van 1998. Twee decennia later — laat dat even bezinken. Als de nummer één van Italië dat voor elkaar krijgt, dan zal Buffon de eerste sportman ooit zijn die in zes eindronde-selecties heeft gezeten. Daarna is het hoogstwaarschijnlijk over. Die rode draad wordt doorgesneden, als een ballon die plotseling ontsnapt uit de handen van een klein kind. Maar tot dat moment zover is, staat Buffon er nog gewoon. Hij staat elke wedstrijd gewoon weer op doel, de plek die hem zo vertrouwd is. Als een soort herinnering aan alles wat is geweest en voorbij is gekomen in het leven, als sportief symbool van onsterfelijkheid.