
De Chinese miljoenen houden het mondiale voetbal in de ban. Het grote geld zit niet meer in de Verenigde Staten, Rusland of Engeland. Wie gulzig zijn zakken wil vullen moet naar China. Graziano Pellè, Hulk, Oscar, Carlos Tévez en de 27-jarige Belg Axel Witsel hebben hun heil inmiddels gevonden in de nieuwste voetbal economie. En daarmee houdt de Chinese koopzucht nog lang niet op. Zo wordt er ook getrokken aan spelers als Pierre-Emerick Aubameyang, Wesley Sneijder en zelfs Cristiano Ronaldo. Bijna elke dag wordt er een nieuwe internationale wereldster genoemd om naar het beloofde voetballand te trekken. Het is een spijtige ontwikkeling voor de fans die hun favoriete voetballers naar verre oorden zien trekken en daardoor volledig uit het oog verliezen. Spelers hoeven vandaag de dag niet eens tot de absolute top te behoren om door Chinese voetbalclubs begeerd te worden. Elke speler met een klein beetje cv wordt wel gelinkt aan het Aziatische voetbalgeld. De diepe zakken van de Chinezen vormen een niet te negeren lokroep.
In elke discipline uitblinken, ook op sportief vlak
Voor de voetbalclubs uit China is de transferperiode in de winter het moment om toe te slaan. De Aziatische voetbalcompetities lopen per kalenderjaar en niet zoals in Europa van zomer tot zomer. Dit is dus het belangrijkste moment dat Chinese clubs hun selecties kunnen versterken. Vorig seizoen gaven de Chinezen in de winter nog 259 miljoen euro uit aan transfers; dit was voor het eerst meer dan de Engelse clubs in de Premier League. Dit jaar zijn de verwachtingen hetzelfde, zo niet in nog extremere vormen. De Aziaten willen laten zien dat het land op elk vlak meetelt en uitblinkt. Meedoen op het allerhoogste niveau in de belangrijkste sport op aarde is daarbij het eerstvolgende doel. Nog geen twee jaar geleden werd een monsterdeal gesloten tussen de Chinese regering, verschillende sportbonden en het bedrijfsleven met als bedoeling om China neer te zetten op de voetbalkaart. Sterker nog, het land wil een voetbalgrootmacht worden en in 2035 tot de dertig beste voetballanden op aarde behoren. In de praktijk betekent dit dat het land op de WK’s wil doordringen tot de achtste finale. Met 1,4 miljard mensen lijken deze doelstellingen niet geheel ondenkbaar.
De koopzucht blijft niet beperkt tot China

China komt vooral in het nieuws door het willen aantrekken van internationale sterren. Het vastleggen van buitenlandse voetballers is een belangrijke methode om binnen korte tijd vooruitgang te boeken. Maar voor structurele verandering zijn stappen van onderuit even belangrijk. Het land investeert daarom in voetbalscholen en over een paar jaar zouden we daarvan de eerste resultaten op het grasveld terug moeten zien. Een deel van de betrokken is daar sceptisch over, maar er zijn meer sporten waarin de Aziaten hebben bewezen dat succes te koop is. Een andere manier om voet aan de grond te krijgen is om clubs in het buitenland over te kopen. De lijst van Europese voetbalclubs die volledig of voor een deel in Chinese handen is gekomen wordt steeds groter: Internazionale, AC Milan, Aston Villa, Wolverhampton Wanderers, Manchester City, Atlético Madrid, West Bromwich Albion, Espanyol, Sochaux, Slavia Praag en natuurlijk in eigen land: ADO Den Haag. Ook bestaat er inmiddels vergaande interesse in clubs als Liverpool en Palermo. Participatie in het Europese voetbal is voor Chinese zakenmensen niet alleen bedoeld om er financieel op vooruit te gaan, maar ook de vervulling van hun belofte dat ze de kennis en kunde van Europese clubs gebruiken om het voetbal in eigen land naar een hoger niveau te tillen.
Waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten
De plek waar het allemaal moet gebeuren luistert naar de naam ‘Chinese Super League’. Het is de Chinese voetbalcompetitie die wordt gereguleerd door de ‘Chinese Football Association’. Het is tegelijkertijd de naam van de competitie die we steeds vaker voorbij zullen komen. Jaar van oprichting? 2004. Maar ondanks de komst van de grootste namen lijkt lang niet alles vlekkeloos te verlopen. Zo werd in 2012 bekend dat de Ivoriaanse top spits Didier Drogba een contract had getekend voor tweeënhalf jaar bij Shanghai Shenhua. Het contract werd echter al na een half jaar opgezegd, omdat hij naar eigen zeggen niet zou zijn uitbetaald door zijn Chinese werkgever. De FIFA bevestigde dat er sprake was van wanbetaling. Het is een risico waar elke speler die naar China verhuist rekening mee zal moeten houden. Maar door alle hebzucht vergeten de spelers al snel dat ze wel eens van een koude kermis thuis zouden kunnen komen. Voorlopig lijkt deze gedachte dan ook nog niet helemaal door te dringen tot de spelers die op steeds jongere leeftijd naar China verhuizen. De gedachte dat binnen 12 maanden tijd de financiële zorgen van kinderen en zelfs kleinkinderen kunnen worden weggenomen, vormt voor veel spelers toch de reden om in de China Super League te gaan spelen. Vooral als de spelers zelf in armoedige omstandigheden zijn opgegroeid, kunnen ze de verleiding niet weerstaan om toch voor het geld te kiezen in plaats van hun carrière. China is inmiddels dan ook de plek waar vraag en aanbod elkaar weten te vinden. Voorlopig zal het ene naar het andere record worden verbroken, want de Chinese honger is nog lang niet gestild, zo voorspellen ingewijden. Tot 26 februari, de dag dat de Chinese transferperiode sluit, kunnen clubs uit de Super League spelers aantrekken. We zitten al op het puntje van onze stoel. Ditmaal niet van spanning, maar van afgrijzen. Want uiteindelijk moet voetbal, voetbal blijven.